Columns van Ab Krook Columns van Ingrid Paul Columns van Frank Woestenburg Columns van Ria Visser

Column Ria Visser: Van een andere planeet

Ria VisserMannen en vrouwen verschillen van elkaar. Niets nieuws. Het boek Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus werd jaren geleden geschreven en een bestseller. Zo maar een paar verschillen: Vrouwen benaderen de zaken veelal gevoelsmatig, mannen rationeel en pragmatisch. Gevolg: mannen willen problemen oplossen, vouwen willen over problemen práten. Vrouwen willen sowieso graag praten, mannen lezen liever de krant als ze uit hun werk op de bank neerploffen. De verschillen tussen man en vrouw zijn talloos en dus niet alleen fysiek. Maar nergens lees ik over het verschil tussen man en vrouw in relatie tot de benadering cq beleving van topsport.

De Canadese Christine Nesbitt zou een dag voor het wereldkampioenschap allround in Hamar te kennen hebben gegeven liever niet te starten. Nesbitt had het gevoel dat ze niet goed zou presteren. Ze was bang. Had geen zelfvertrouwen meer. En zo ontstond in haar hoofd de gedachte dat er maar een uitweg was: niet starten.

Eerlijk gezegd ken ik dat gevoel. Zó ontzettend bang om te falen en er zó van overtuigd zijn dat je slecht zult presteren dat je liever niet wilt starten. Als niemand je mentale strijd opmerkt , wordt het probleem in je hoofd alsmaar groter. Daarom is het goed dat in tegenstelling tot ‘vroeger’ er tegenwoordig vaak een mental coach (cq. sportpsycholoog) aan het begeleidingsteam is toegevoegd. Zo iemand die je de handvaten aanreikt hoe je gedachten te bedwingen.

Het gevecht tegen negatieve gedachten kost enorm veel energie. Niet een aanwijsbaar feit, maar dénken dat het niet goed gaat, is veelal de oorzaak van tegenvallende prestaties. En zo is de vicieuze cirkel rond.

De oplossing van Ingrid Paul om Nesbitt weer op de rails te krijgen, was simpel. ‘Mij best. Als je niet wilt rijden, dan niet. Presteren doe je voor jezelf. Voor niemand anders.’ De peptalk bestond uit woorden van gelijke strekking en het werkte. Nesbitt won de 500 meter, werd tweede op de 1500 meter en uiteindelijk zesde in het eindklassement. Prima!

Ireen Wüst, de Olympisch kampioene van 2006, wereldkampioene van 2007 en Europees kampioene van 2008 was superblij met haar derde plaats in het klassement van het wereldkampioenschap in Hamar. Brons op een gedevalueerd toernooi, op twee punten achterstand van winnares Martina Sábliková is een klassering waar ik persoonlijk niet van onder de indruk raak. Waarschijnlijk was haar blijdschap niet alleen gericht op het brons, maar vooral gericht op het gevecht in haar hoofd dat ze had gewonnen.

Is zo’n mentaal gevecht nu typisch iets voor vrouwelijke topsporters of zijn ook mannen in staat om in zo’n dip te geraken?

Mijn eerste gedachte: mannen laten zich niet zo gemakkelijk van de wijs brengen. Maar dat is niet waar. Er zijn legio voorbeelden van kerels die na het leveren van buitenproportionele prestaties een seizoen later werkelijk door het ijs zakken van ellende. Denk aan Gianni Romme: Europees kampioen, wereldkampioen en tweevoudig gouden medaillewinnaar tijdens de Olympische Spelen 1998 in het Japanse Nagano. Hem werd toegedicht van een andere planeet te zijn, zo goed waren zijn gouden races. Denk aan Jochem Uytdehaage, Europees kampioen en winnaar van twee gouden en een zilveren medaille tijdens de Olympische Spelen 2002 in het Amerikaanse Salt Lake City. Oppermachtig! Denk aan Chad Hedrick, wereldkampioen, Olympisch goud… Drie toppers. Toppers die na hun succesvolle Olympische optreden als tobbers over de baan gingen.

Tja, wie ‘tussen de oren’ een topper is, is fysiek tot wonderen in staat. En wie mentaal niet sterk is, zal ook op het fysieke vlak moeten inboeten. En zo heeft elke medaille een keerzijde…

(c) 2009 LinkiT / Ria Visser

Reageer op dit bericht