Soms zijn er van die momenten dat je een schaatser bijna zou gaan benijden. Zoals in de zomermaanden.
Iedereen is blij, iedereen wordt wereldkampioen. Of althans, denkt dat te kunnen gaan worden. Er zijn geen blessures, geen tegenslagen, geen wedstrijdzenuwen, geen hoge verwachtingen, zelfs geen journalisten met lastige vragen. En in de verte gloort eeuwige olympische roem. Het is voor schaatsers en coaches zonder twijfel de meest ontspannen periode van het jaar. Er wordt gelachen en gedold en tussen de bedrijven door staan er ontspannen trainingen op het programma, niet zelden in exotische oorden onder aangename (lees: zonnige) omstandigheden. Kortom, het leven van een schaatser lijkt één grote vakantie.
Maar soms zijn er van die momenten dat je een schaatser allerminst benijdt. Zelfs in de zomermaanden.
Vorige maand nog smaakte mij het genoegen op bezoek te gaan bij de schaatsploeg van TVM, dat een trainingskamp had belegd in Denemarken. In Slagelse, om precies te zijn. Je scheen er lekker te kunnen skeeleren. Ik had nog nooit van Slagelse gehoord, maar stelde me onbewust een klein pittoresk dorpje voor dat moeiteloos gepast zou hebben in een van de vele sprookjes van Hans Christian Andersen. De schaatsers van TVM waren in diezelfde valkuil getrapt, vernam ik later.
Aangekomen in het hotel van de schaatsers kon ik een gevoel van medelijden niet onderdrukken. Zelden zo’n treurig onderkomen gezien, gelegen op een industrieterrein langs de snelweg. In eerste instantie dacht ik nog dat mijn tomtom mij de verkeerde kant had opgestuurd, maar net toen ik wilde omdraaien ontdekte ik direct achter de parkeerplaats van een grote supermarkt een somber ogende blokkendoos. Jawel, het hotel.
De locatie was dramatisch, het donkere interieur om depressief van te worden en de sfeer in de ploeg licht geprikkeld. Een schaatser sprak sarcastisch van gedwongen detentie, van een strafkamp in plaats van een trainingskamp. Een ander bekende hartgrondig gevloekt te hebben toen hij het hotel voor de eerste keer was binnengewandeld in de wetenschap dat hij er twee weken zou moeten verblijven. Omdat je er in de buurt zo lekker kon skeeleren. Even was ik blij geen schaatser te zijn. Ik wandelde na een paar uurtjes alweer de deur uit. Als een vrij man, op weg naar huis.
Maar eerlijk is eerlijk, het kan ook anders. De Canadese ploeg van coach Ingrid Paul begon de voorbereiding op een olympische winter in het sprookjesachtige decor van Whistler, het toeristische wintersportoord ten noorden van Vancouver waar tijdens de Winterspelen de buitensporten worden afgewerkt . Na Whistler stond er nog een aantal korte kampen in de fraaie natuur van British Columbia op het programma. Een van de laatste uitgekozen locaties was in Okanagan Valley, één van de bekendste wijnstreken van Canada met een bijna tropisch klimaat.
Inderdaad, soms zijn er van die momenten dat je een schaatser bijna zou gaan benijden.
© 2009 Linkit / Frank Woestenburg, verslaggever Telegraaf