Columns van Ab Krook Columns van Ingrid Paul Columns van Frank Woestenburg Columns van Ria Visser

Column Frank Woestenburg: ‘Vreugde en verdriet tijdens afvalrace naar de Olympus’

Frank Woestenburg

Straks, over minder dan een maand, wordt in Vancouver het Olympisch vuur ontstoken. En kunnen duizenden sporters eindelijk de kroon op hun werk proberen te zetten, nadat ze in de meeste gevallen enkele jaren hebben getraind om überhaupt zover te komen. Minstens zoveel sporters zagen hun route naar de Olympus echter doodlopen.

Erben Wennemars bijvoorbeeld. Tijdens het Olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen kwam hij eind vorige maand 0,01 tekort voor een startbewijs op de 1500 meter (en daarmee ook deelname aan de ploegachtervolging). Weg droom, weg kans op die felbegeerde gouden plak. 0,01 Seconden. Met je ogen knipperen neemt meer tijd in beslag. Iedere vier jaar zorgt de Olympische afvalrace voor onvergetelijke momenten. Winnen en verliezen is de essentie van sport, maar vaak is het verdriet van de verliezer mooier om te zien dan de euforie van de winnaar. Denk maar aan de tranen van Wennemars na zijn verloren race of aan zijn stille aftocht in de catacomben van Thialf.

Canada heeft inmiddels bekend gemaakt welke zestien schaatsers hun land vertegenwoordigen. Grote namen als Cindy Klassen, Jeremy Wotherspoon, Christine Nesbitt en Denny Morrison verkeren niet langer in onzekerheid en kunnen zich nu volledig gaan focussen op hun Olympische goudjacht.

Zover zijn we in Nederland nog niet. Het Olympisch kwalificatietoernooi is weliswaar achter de rug, maar het selecteren gaat gewoon door. Het volgende kwalificatietoernooi (AKT II) staat alweer voor de deur. Hier moet topsport eerlijk en rechtvaardig zijn. En dus komen we zelfs in een Olympisch schaatsseizoen om in selectiewedstrijden, skate-offs, reskates, mitsen, maren en andere voorbehouden. Overal ter wereld worden enkel de toppers beschermd, maar alleen in Nederland ook de nummers acht, negen en tien. Oftewel, polderen in z’n puurste vorm.

Drievoudig Olympisch kampioene Marianne Timmer is vanzelfsprekend één van de schaatssters voor wie het wel terecht is dat ze een tweede kans krijgt. Medio november kwam ze tijdens de World Cup in Heerenveen ongelukkig ten val, nadat ze geprobeerd had haar Chinese tegenstandster Jing Yu te ontwijken. Haar carrière leek in eerste instantie ten einde, maar met de veerkracht, wilskracht en dynamiek van een ware kampioene richtte zij zich op en verschijnt ze vrijdag en maandag alweer aan de start van de ingelaste kwalificatiewedstrijden op de 500 en 1000 meter. Alleen al het feit dat ze weer op het ijs staat, is een Olympische medaille waard. Daadwerkelijke plaatsing voor de Spelen zou helemaal een stunt van jewelste betekenen. Maar juist daar heeft Timmer al gedurende haar hele carrière patent op.

Na afloop van deze kwalificatiewedstrijden in Heerenveen is het nog maar zeer de vraag of de Nederlandse schaatsafvaardiging dan eindelijk volledig rond is. Immers, de affaire Ronald Mulder wacht nog altijd op een oplossing. De sprinter van APPM beleefde dit seizoen zijn internationale doorbraak, verbeterde het Nederlandse record van zijn leermeester Gerard van Velde, eindigde bij een World Cup zelfs op het podium en zou in Vancouver een geduchte outsider kunnen zijn voor eeuwige roem. Echter, Mulder dreigt het slachtoffer te worden van het moeras aan regels dat de KNSB heeft aangelegd om iedereen, inclusief zichzelf, in bescherming te nemen.

Mulder voldeed aan alle voorwaarden voor uitzending naar Vancouver, maar sportkoepel NOC*NSF mag maximaal tien mannen inschrijven voor het Olympisch schaatstoernooi en dus trok men als eerste een streep door zijn naam ten gunste van een extra reserve voor de ploegachtervolging. Op die afstand heeft Nederland immers grote kans op een medaille. De regels van de ISU zijn duidelijk. Deelnemers aan de ploegachtervolging moeten ook individuele kwalificatie hebben afgedwongen. De KNSB onderzoekt momenteel alle mogelijkheden om die regel, desnoods op slinkse wijze, te omzeilen. Inderdaad, zelfs als dat ten koste gaat van Ronald Mulder. De Olympische gedachte van fair play is soms ver te zoeken in Nederland Selectieland.

Frank Woestenburg (sportverslaggever De Telegraaf)

1 reactie

Reageer op dit bericht