De één haalt het beste in zichzelf naar boven, de ander faalt hopeloos. En weer een ander wordt knettergek. Zodra het om Olympische Spelen gaat, veranderen mensen. Olympische stress, wordt dat fenomeen genoemd. Niet iedereen kan daar mee omgaan. En dan kunnen dus de vreemdste dingen gebeuren.
De Olympische Spelen in Vancouver zijn ruim een week oud, maar saai is het nog geen dag geweest. Bij het ontsteken van de vlam ging het al mis, een Georgische rodelaar verongelukte en ondertussen bleef de zon lekker schijnen en de sneeuw verder smelten. Ook het schaatsen haalde bijna dagelijks de headlines in Canada.
In de overdekte Richmond Olympic Oval werd prachtige sport geleverd en viel op sportief vlak slechts een enkele (Zuid-Koreaanse) verrassing te noteren. Huizenhoge favorieten als Sven Kramer Shani Davis, Martina Sábliková en Christine Nesbitt hebben vooralsnog gedaan wat van hen verwacht werd. Dat laatste gold echter niet voor de organisatie, die aan de lopende band blunderde. En bleef blunderen.
Tijdwaarneming, startpistolen en dweilmachines, niets leek de voorbije week te functioneren. Schaatsers die met het vooruitzicht op eeuwige roem vier jaar lang keihard hadden getraind zagen hun olympische droom in duigen vallen door falende amateurs tot op het allerhoogste niveau. Voor de ogen van de tv-camera’s trokken IOC-baas Jacques Rogge en ISU-voorzitter Ottavio Cinquanta wit weg als zich weer een incident voordeed.
Gefaald wordt er echter op alle niveaus en in alle gelederen. Denk aan Erica Terpstra, de voorzitter van NOC*NSF die met een glaasje of wat teveel op in het Holland Heineken House, ook wel de Hopeloze Huldigings Hut genoemd, meende een radio-interview te moeten geven. Het was een feest om naar Erica te luisteren (’Jujie sij sjeweldig’) en iedereen in Vancouver heeft er hartelijk om gelachen, maar het boegbeeld van de nationale sport had er beter aan gedaan voor deze ene keer haar mond te houden. En de falende persvoorlichters van NOC*NSF hadden juist nu een keer hun mond niet moeten houden en arme Erica voor deze afgang moeten behoeden. In plaats daarvan stonden ze erbij en keken ze ernaar. Overigens maakte Erica een grandioze opmerking toen ze de volgende ochtend, met een lichte kater, aan haar optreden werd herinnerd. ,,Ach jongens”, zo sprak ze, ,,je moet het nuchter bekijken…”
Nuchter bekeken is NOC*NSF sowieso een club om olympisch gek van te worden. Niet gehinderd door enige ervaring of kennis van zaken probeert men rond de Nederlandse (schaats)medailles alles naar haar hand te zetten. Met een averechts effect. Mensen die al jarenlang meelopen in het schaatsen worden achteloos aan de zijlijn geparkeerd, of het nou sponsors, bestuurders, voorlichters of journalisten zijn. Zelfs een shorttracker die uitgeschakeld is en graag zijn verhaal wil vertellen aan de schrijvende pers wordt na een minuuttje al door een vrouwtje van NOC*NSF aan zijn jasje meegetrokken. Weg van de pers. Waarom? Niemand die het weet.
Dit zijn de Spelen en dus moet alles gebeuren volgens de spelregels van NOC*NSF. Met als gevolg dat iedereen gillend gek wordt. Het schijnt erbij te moeten horen. Helaas.
Ondertussen worden in de internationale media de Spelen in Vancouver al aangeduid als de slechtste ooit, een dubieuze vermelding die Atlanta 1996 en Montreal 1976 in het verleden al eens kregen opgespeld. Men heeft nog ruim een week om die blamage te voorkomen.
Frank Woestenburg (sportverslaggever De Telegraaf)